Zonnevlekgroep 93: een slapende reus
24 en 25 maart werden 2 M-zonnevlammen geregistreerd. Deze waren afkomstig van een actief gebied dat zich op dat moment nog achter de oostrand van de zonneschijf bevond.  Op 25 maart, 16:06 werd de vlek zichtbaar op beelden genomen door het instrument 'MDI' op SOHO. De complexe magnetische structuur liet ons in een roemrijke en zeer actieve toekomst geloven. Maar niets was minder waar. De reus bleef onopgemerkt. Hoewel, op 31 maart produceerde de ontwakende reus een langdurige zonneuitbarsting die meer dan 24 uur in beslag nam!
Version française/ English Version 
gepost op 2 April
Fragment van het wekelijks SIDC verslag  (Maart 22-28):
'...Alvorens Catania zonnevlekgroep 93 (NOAA 0582) zichtbaar was, produceerde deze een M1.5 zonnevlam op 24 maart. Enkele uren later op 25 maart,  volgde een M2.3 zonnevlam. De M2.3 vlam  bleef de grootste van deze week. Zonnevlek 93 bleek een compacte groep van middelmatige grootte te zijn met sterke magnetische velden. De activiteit bleek echter kleiner dan verwacht....'
Op 30 maart konden we het volgende bericht lezen in de dagelijkse voorspelling:
'Catania zonnevlekgroep 93 (NOAA 0582) heeft een reeks van grote C-zonnevlammen geproduceerd gedurende de laatste 24 uur. Het gebied heeft een beta-gamma magnetische topologie en nadert de zonnemeridiaan. We verwachten dat deze groep het ruimteweer zal bepalen tijdens de volgende dagen met mogelijk meer zonnevlamactiviteit, eventueel CME's en verhoogde protonflux'
Eindelijk, op 31 maart werden de verwachtingen (deels) ingevuld:
'NOAA AG 582 produceert nog steeds C-klasse zonnevlammen. De meest merkwaardige gebeurtenis was een zeer lange (in tijdsduur) zonnevlam met een grootte van C3.4. In een SXI-film is de sigmoid structuur duidelijk. Gezien deze karakteristieken en de positie (N14W15) van dit actief gebied dichtbij de centrale meridiaan, is een geoeffectieve uitbarsting van een plasmawolk niet ondenkbaar. Tot nu ontvingen we nog geen data die de aanwezigheid van een totale CME of type II uitbarsting konden bevestigen.'
Dege zonnevlam ging niet gepaard met een CME. Tot op vandaag, 2 april konden we nog geen CME waarnemen in LASCO-data.

De telescoop 'Solar X-ray Imager', simpelweg SXI, aan boord van de satelliet GOES-12 kon de zonnevlam die een vrij lange tijd in beslag nam, op film vastleggen. De 'sigmoid'-structuur herken je in de oplichtende 'S' op het moment van de uitbarsting. Actieve gebieden met zulk een 'S'-structuur zijn dikwijls de bron van CME's. Met deze uitspraak moeten we echter voorzichtig zijn vermits deze nog steeds controversieel is in wetenschappelijke kringen. Door een simpele klik met de muis op de figuur kan je de SXI-film van de uitbarsting zien.

De MDI-film (klik op de figuur hierboven), geeft een mooi beeld van hoe het actieve gebied verandert van vorm en structuur. Zwarte en witte vlekken bewegen door elkaar, hetgeen veelal duidt op grote activiteit. De activiteit van deze zonnevlek was na 25 maart echter beperkt tot het C-niveau.

Deze langdurige zonneuitbarsting is eveneens zichtbaar in X-stralen uitgezonden door de Zon. Deze worden o.a. gemeten door de satelliet GOES. De berg die de hoeveelheid stralen voorstelt heeft een stijle helling langs links, dit is bij de start van de zonnevlam. De hoeveelheid X-stralen deint na het maximum langzaam uit en resulteert in een lange en zacht dalende curve die typisch is voor een langdurige uitbarsting.